Je kunt maar één keer je eerste baan hebben

Nienke Overgaauw, CEO van Bluetech Engineering wordt geïnterviewd door Job Messink van Doorsight. De 7de aflevering waarin HR pioniers hun inzichten delen over werkgeverschap.

Wat maakt een detacheerder tot echt goede werkgever?

Een interview met Nienke Overgaauw (CEO van Bluetech Engineering) door Job Mensink (Doorsight). Dit is de zevende aflevering in een serie waarin HR-pioniers hun inzichten en strategieën delen over goed werkgeverschap.

Voor Nienke Overgaauw, CEO van Bluetech Engineering, begint het antwoord niet bij systemen of slogans, maar bij de manier waarop je mensen helpt groeien. Zeker voor starters is een eerste baan meer dan een eerste functie: het is het begin van hun professionele vorming. Die stap zet je maar één keer. Juist daarom vraagt die om aandacht, begeleiding en een omgeving waarin mensen niet alleen starten, maar echt verder komen.

“Het gaat over mensen helpen groeien: aan het begin van hun loopbaan én in de fases daarna.”

Die visie geldt bij Bluetech niet alleen voor trainees. Ook technische professionals krijgen ruimte om zich te ontwikkelen, in opdrachten met impact binnen een vakgebied dat continu verandert. De doelgroep verschilt, maar de rode draad is hetzelfde: goed werkgeverschap betekent mensen serieus helpen groeien.

Voor Nienke is dat geen theorie, maar een overtuiging die voortkomt uit jarenlange ervaring in arbeidsbemiddeling. Werk gaat niet alleen over inkomen, maar ook over trots, ritme, perspectief en eigenwaarde. Daarom is goed werkgeverschap voor haar geen zachte bijzaak, maar een serieuze verantwoordelijkheid.

Een eerste baan is daarin een bijzonder moment. Niet omdat die alles bepaalt, maar omdat die vaak wel vormt hoe iemand naar werk leert kijken: wat mag je verwachten, hoe werk je samen, hoe ga je om met feedback, discipline en verantwoordelijkheid? Wie in die fase goed wordt begeleid, bouwt niet alleen ervaring op, maar ook zelfvertrouwen en richting.

“Een eerste baan is niet alleen een functie, maar het begin van een professionele rugzak.”

Daarom draait goed werkgeverschap volgens haar ook om meer dan vakinhoud. Jong talent moet niet alleen het vak leren, maar ook leren werken: omgaan met ritme, verwachtingen, samenwerking en onzekerheid. Bij Bluetech gebeurt dat bewust. Trainees combineren praktijk met leren, bouwen zelfvertrouwen op en ontmoeten peers met wie ze ervaringen en een netwerk delen. Dat netwerk is geen extraatje, maar onderdeel van hun ontwikkeling.

Een goede start vraagt bovendien om meer dan onboarding. Bij Bluetech blijft na de match de begeleiding bewust dichtbij. De talentmanager speelt daarin een centrale rol, met contactmomenten rond de eerste werkdag, evaluaties en een vaste basis voor vragen of twijfel. Zeker in detachering, waar mensen vaak bij opdrachtgevers werken, is dat essentieel: niet alleen plaatsen, maar zorgen dat iemand sterk kan landen én doorgroeien.

Voor ervaren professionals ligt het accent anders. Zij zoeken vooral inhoudelijke uitdaging, goede opdrachten, snelheid in matching en een omgeving die hun vak serieus neemt. Maar ook daar blijft de kern gelijk: goed werkgeverschap vraagt om oprechte aandacht, duidelijke verwachtingen en investeren in ontwikkeling.

Niet de cijfers eerst, maar de mensen

In ons gesprek is Overgaauw opvallend helder over een les die zij eerder in haar loopbaan leerde: organisaties die te eenzijdig op cijfers sturen, slaan volgens haar de kern over.

Cijfers zijn niet onbelangrijk, maar ze mogen nooit de plaats innemen van leiderschap, cultuur en aandacht voor mensen. Haar overtuiging is dat prestaties duurzaam worden wanneer mensen goed worden begeleid, zich kunnen ontwikkelen en passen bij de waarden van de organisatie.

Bij Bluetech kreeg dat handen en voeten in het scherp definiëren van DNA en kernwaarden. Niet als een brandingsoefening, maar als richtinggevend kader voor gedrag, selectie en samenwerking. Recruiters moeten niet alleen kunnen inschatten of iemand inhoudelijk geschikt is, maar ook of iemand past bij de manier waarop de organisatie wil werken. Dat vraagt om scherpte, juist in een krappe arbeidsmarkt. Want als je cultuur serieus neemt, kun je niet iedereen aannemen alleen omdat er vraag is.

“Goede cijfers zijn voor mij geen startpunt, maar een uitkomst.”

De redenering daarachter is even simpel als stevig: als gelukkige en goed begeleide mensen beter werk leveren, volgen tevreden opdrachtgevers en goede resultaten vanzelf.

Dat deze filosofie werkt, blijkt uit de cijfers die zij als resultaat ziet: sinds haar start drie jaar geleden is het aantal professionals bij Bluetech Engineering bijna verdubbeld. Voor haar is die groei het bewijs dat wanneer je de mens centraal stelt, het zakelijk succes organisch volgt.

Nienke ziet cijfers daarom eerder als achteruitkijkspiegel dan als stuur op zichzelf. Ze laten zien of je het goed doet, maar vertellen niet automatisch hoe je daar moet komen. Dat begint volgens haar aan de voorkant: bij cultuur, leiderschap en ontwikkeling.

Van eerste stap naar verdere groei

De focus op de eerste baan is in dit gesprek het meest aansprekende haakje, maar niet het hele verhaal.

Juist interessant aan Bluetech is dat diezelfde visie op ontwikkeling ook zichtbaar wordt in de volgende loopbaanfases. Trainees kunnen doorstromen naar een opdrachtgever, zich verder ontwikkelen binnen Bluetech of via nieuwe opdrachten hun volgende stap zetten. Het werkgeverschap eindigt dus niet na de eerste plaatsing; het beweegt mee met de fase waarin iemand zit.

Voor professionals betekent dat iets anders dan voor starters. Zij hebben al werkervaring, kennen hun vak beter en hebben een andere ontwikkelbehoefte. Voor hen gaat goed werkgeverschap minder over de basis van “leren werken”, en meer over de kwaliteit van opdrachten, impactvol werk, inhoudelijke uitdaging, samenwerking met sterke collega’s en ruimte om verder te groeien in een veranderende markt.

Overgaauw benoemt bijvoorbeeld hoe Bluetech steeds meer beweegt richting projectmatig samenwerken, waarin collega’s gezamenlijk op complexe vraagstukken werken. Daarmee versterk je niet alleen expertise, maar ook onderlinge verbinding. En juist in die breedte wordt de werkgeversvisie geloofwaardig: niet alleen jonge mensen een vliegende start bieden, maar ook ervaren professionals een omgeving geven waarin zij relevant, scherp en gemotiveerd blijven.

Een winning team ontstaat pas als het mag schuren

Misschien wel het meest interessante deel van haar verhaal gaat over teamontwikkeling.

Veel organisaties blijven hangen in de eerste laag van samenwerking: aardig zijn voor elkaar, behulpzaam zijn, een prettige sfeer creëren. Belangrijk, zeker. Maar volgens Overgaauw is dat nog niet genoeg om een echt sterk team te bouwen. Daarvoor moet het vertrouwen groot genoeg zijn om ook spanning toe te laten. Elkaar aanspreken. Feedback geven. Scherpte verdragen. En samen beter willen worden.

Dat vraagt om leiderschap. Niet het soort leiderschap dat alles gladstrijkt, maar het soort dat uitlegt waarom frictie soms nodig is. Niet om mensen af te rekenen, maar om groei mogelijk te maken. In haar woorden zit daar een belangrijk onderscheid: er mag nooit een afrekencultuur ontstaan, maar er moet wel ruimte zijn om elkaar aan te spreken als het beter kan. Veiligheid betekent dus niet dat alles zacht blijft. Veiligheid betekent dat mensen niet blokkeren zodra het spannend wordt.

Lief en leuk met elkaar zijn is een goed begin. Maar een sterk team ontstaat pas als het ook mag schuren, en je elkaar durft aan te spreken in het belang van het gezamenlijke resultaat.

Juist daar ontstaat volgens haar het winning team: waar drive, discipline, vertrouwen en plezier samenkomen. Een team dat successen samen viert, maar ook tegenvallers kan verdragen zonder meteen in paniek te raken. Een team dat zichzelf niet te serieus neemt, maar het werk wél. En dat zie je uiteindelijk terug in veerkracht, in resultaat en in de bereidheid van mensen om anderen aan te bevelen.

Cultuur bouw je niet met posters, maar met gedrag

Een tweede sterk punt in haar verhaal is dat cultuur volgens haar wel degelijk te managen is.

Niet in de zin dat je menselijke dynamiek volledig kunt ontwerpen, maar wel in de zin dat je gedrag kunt sturen, verwachtingen kunt expliciteren en normen kunt bewaken. Bereikbaarheid, respectvol spreken over elkaar, aandacht voor ontvangst ‘alsof je thuis op bezoek komt’, rituelen die dankbaarheid en verbinding versterken: dat zijn volgens haar geen details, maar bouwstenen van cultuur.

Daarmee maakt ze cultuur tastbaar. Niet iets abstracts voor in een directiedeck, maar iets wat zichtbaar wordt in kleine en grote keuzes. Reageer je op tijd? Ben je geïnteresseerd in mensen? Zorg je dat een vrijdagmiddagborrel echt voelt als een moment van waardering? Luister je ook als je iets zelf anders had bedacht?

Juist in dat laatste zit een interessante nuance. Overgaauw vertelt open over momenten waarop zij zelf dacht iets goeds toe te voegen, maar terugkreeg dat mensen ook behoefte hadden aan herkenbaarheid en eenvoud. Ook dát is cultuur bouwen: niet alleen zenden, maar blijven luisteren.

High-tech én high-touch

Dat deze visie niet nostalgisch is, blijkt uit de manier waarop zij naar de toekomst kijkt.

In techniek ziet Nienke grote kansen, maar ook structurele schaarste. Juist daarom is het belangrijk om meer mensen goed naar dit vakgebied toe te begeleiden, onder meer vrouwen, die in technische omgevingen nog altijd ondervertegenwoordigd zijn. Diversiteit ziet zij daarbij niet als symbolisch doel, maar als concrete versterking van teamdynamiek en resultaat. Het is al vaker aangetoond dat ‘mixed’ teams nu eenmaal beter functioneren dan teams met alleen maar mannen of vrouwen.

Ook AI ziet zij niet primair als bedreiging, maar als een ontwikkeling waar werkgevers actief ruimte voor moeten maken. Repeterend werk zal deels veranderen of verdwijnen, maar dat maakt menselijke begeleiding, nieuwsgierigheid en ontwikkeling niet minder belangrijk. Eerder het omgekeerde. Juist in een tijd van technologische versnelling moeten organisaties hun mensen helpen om mee te bewegen, te experimenteren en nieuwe vaardigheden op te bouwen. Voor starters betekent dat: leren in een wereld die sneller verandert dan ooit. Voor professionals betekent het: relevant blijven, blijven vernieuwen en ruimte krijgen om het vak opnieuw uit te vinden.

De echte uitdaging ligt volgens haar dan ook niet alleen in groei, maar in het behouden van de cultuur tijdens die groei. Een warme, betrokken organisatie bouwen is al lastig. Diezelfde kwaliteit vasthouden terwijl je groter wordt, is de volgende test. Daar ligt voor veel werkgevers misschien wel de meest relevante les uit dit gesprek: goed werkgeverschap is nooit af. Het vraagt voortdurend onderhoud, aandacht en de bereidheid om opnieuw te kijken wat mensen nodig hebben, of zij nu aan hun eerste baan beginnen of al jaren in het vak zitten.

Tot slot: dichtbij jezelf blijven

Wie aan Nienke vraagt naar inspiratie, krijgt geen klassiek managementboek als antwoord, maar de roman “Daar waar de rivierkreeften zingen”. Geen toevallige keuze. Voor haar gaat dat boek over echtheid, regie nemen over je eigen leven en dicht bij jezelf blijven, ook als de omstandigheden niet ideaal zijn. Dat past opvallend goed bij haar visie op werkgeverschap. Want uiteindelijk draait haar verhaal niet om systemen, processen of modellen alleen, maar om iets fundamenteler: mensen helpen om sterk te starten, zich te ontwikkelen en op verschillende momenten in hun loopbaan weer een volgende sprong te maken.

En misschien is dat wel de scherpste les van allemaal. Je kunt maar één keer je eerste baan hebben. Maar als werkgever kun je wel steeds opnieuw kiezen of je mensen alleen laat beginnen, of hen echt helpt opstijgen.

Bron: https://www.linkedin.com/pulse/je-kunt-maar-%C3%A9%C3%A9n-keer-eerste-baan-hebben-hr-pioniers-7-job-mensink-balze/?trackingId=n0ekI1sZS1GfYUrfa7eAXA%3D%3D

Ook interessant

  • Trainee

  • Interimmer