Inhouse Creator, Trainee

Je eerste baan is nooit zomaar je eerste baan

Op de bank met is onze plek voor gesprekken die rustig mogen ontstaan.Geen strak script. Geen snelle soundbites. Wel open gesprekken met mensen uit en rond de techniek, waarin we de tijd nemen om door te vragen. Over werk, keuzes, vakmanschap en samenwerking. Maar net zo goed over wat iemand thuis belangrijk vindt, wat je leert van je kinderen, of wat je zelf aan hen mee wilt geven.Alles speelt zich af op de bank. Juist daar ontstaat de ruimte om even te vertragen, te luisteren en verder te kijken dan het eerste antwoord. Soms praktisch. Soms persoonlijk. Vaak met een gedachte die nog even blijft hangen.Neem plaats. Luister mee. En ontdek de verhalen achter de mensen.

Op de bank met: Nienke Overgaauw (CEO Bluetech Engineering) en Corné Doppenberg (BIM Modelleur Inhouse Creators)

Soms hoor je in een gesprek een zin die pas later echt landt. Niet omdat hij ingewikkeld is, maar juist omdat hij zo eenvoudig klinkt dat je hem bijna mist. In dit gesprek gebeurt dat wanneer Nienke zegt dat je maar één keer je eerste baan hebt. Het is geen statement dat bedoeld is om indruk te maken, eerder iets wat ze constateert vanuit ervaring. Maar hoe langer je luistert naar wat er daarna wordt verteld, hoe duidelijker wordt dat die eerste plek veel meer doet dan alleen het begin markeren van een loopbaan.

Het is de plek waar je leert hoe werk voelt. Waar je ontdekt of je ergens vragen mag stellen zonder dat het als zwakte wordt gezien. Of er iemand naast je zit die net iets verder is en je meeneemt, of dat je het vooral zelf moet uitzoeken. Het zijn geen dingen die in een vacature staan, maar ze bepalen wel hoe snel iemand groeit en misschien nog wel belangrijker, of iemand plezier houdt in wat hij doet.

Daar raken de verhalen van Nienke en Corné elkaar, ondanks dat ze ergens heel anders beginnen.

Nienke groeide op in een omgeving waar techniek geen abstract begrip was, maar iets wat dagelijks zichtbaar werd. Haar vader was werktuigbouwkundige en in de manier waarop ze over hem spreekt, hoor je niet alleen een beroep terug, maar een manier van denken. Altijd gericht op verbeteren. Niet accepteren dat iets is zoals het is, maar automatisch de vraag stellen of het slimmer, efficiënter of mooier kan. Dat idee heeft zich ergens vastgezet.

En toch koos ze niet voor de meest voor de hand liggende route. Delft was een serieuze optie, maar voelde op dat moment niet als haar plek. Te eenzijdig, te weinig herkenning. Dat gevoel gaf uiteindelijk de doorslag. Dus werd het Utrecht, daarna Amsterdam. Economie, organisatie, mensen. Een andere richting, maar niet per se een andere drijfveer.

Pas later werd zichtbaar hoe die twee werelden alsnog samenkomen.

Bij haar vorige werkgever, in projecten waar mensen al langere tijd geen aansluiting meer hadden op de arbeidsmarkt, ontdekte ze wat werk daadwerkelijk kan betekenen. Niet als abstract doel, maar als iets wat direct doorwerkt in het leven van iemand en zijn omgeving. Ze beschrijft niet alleen de opluchting van degene die weer aan het werk gaat, maar vooral wat er daaromheen gebeurt. Dat een gezin weer perspectief krijgt. Dat kinderen zien dat hun ouder weer onderdeel is van iets groters. Dat soort momenten zijn moeilijk te vangen in cijfers, maar ze vormen wel de kern van waarom werk ertoe doet.

“Je hebt maar één keer je eerste baan.
Die moet gewoon goed zijn.”

Bij Corné verloopt het minder uitgesproken, maar misschien juist daarom herkenbaarder. Zijn verhaal kent geen grote omwegen. Hij begint gewoon. Eerste echte baan, waar werken en leren gecombineerd kunnen worden. Dat is de reden om daar te starten. Niet omdat het perfect voelt, maar omdat het logisch is. Omdat het hem de mogelijkheid geeft om zich te ontwikkelen terwijl hij al bezig is.

Hij begint als Autocad-modelleur, stapt vrij snel over naar Revit en verdiept zich verder in elektrotechniek. Wat opvalt, is dat hij zijn ontwikkeling niet als een reeks grote stappen beschrijft, maar als iets wat zich bijna vanzelf opvolgt. Projecten veranderen, tools veranderen, en hij beweegt mee. Niet uit strategie, maar uit betrokkenheid bij het werk.

Achteraf zie je dan pas hoe bepalend die eerste jaren zijn geweest. Niet alleen in wat hij heeft geleerd, maar vooral in hoe hij heeft leren werken.

De plek waar je begint, vormt hoe je leert kijken

Wat hun verhalen met elkaar verbindt, is niet zozeer de inhoud van het werk, maar de omgeving waarin dat werk plaatsvindt.

Corné maakt dat heel concreet door het verschil te beschrijven tussen hoe het vaak gaat en hoe het ook kan. In veel organisaties werk je binnen een projectteam waarin iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid heeft. Als je ergens niet uitkomt, moet je actief op zoek naar hulp. Dat kan, maar het vraagt een extra stap. En die stap zorgt ervoor dat vragen langer blijven liggen dan nodig is.

Wanneer je daarentegen met mensen werkt die met hetzelfde bezig zijn, verandert de dynamiek. Dan is kennisoverdracht geen moment dat je organiseert, maar iets wat continu plaatsvindt. Een vraag stel je terwijl je ermee bezig bent. Iemand kijkt even mee, corrigeert, denkt vooruit.

Het effect daarvan is groter dan het op het eerste gezicht lijkt. Niet alleen in snelheid, maar ook in vertrouwen. Je hoeft niet eerst vast te lopen om te mogen leren.

Voor Nienke zit diezelfde gedachte op een ander niveau. Zij kijkt naar hoe je zo’n omgeving bewust creëert. Hoe je een organisatie bouwt waarin ontwikkeling niet afhankelijk is van toeval, maar een vanzelfsprekend onderdeel wordt van hoe er gewerkt wordt. En daar zit ook meteen de moeilijkheid.

Ze beschrijft heel eerlijk dat ze op momenten het liefst had willen versnellen. Dat beeld wat ze had: een plek waar mensen zich ontwikkelen, waar energie zit, waar samenwerking vanzelf gaat. Dat ze dat het liefst in één keer had willen neerzetten. Maar de praktijk werkt anders. Mensen moeten elkaar leren kennen. Vertrouwen moet groeien. Cultuur ontstaat in kleine momenten, niet in grote besluiten.

Daar zit de spanning die ze heeft moeten leren verdragen. Tussen weten wat je wilt bouwen en accepteren dat het tijd kost om daar te komen.

Wat niet vanzelf ging

Juist die spanning maakt het verhaal geloofwaardig. Omdat het laat zien dat groei niet alleen bestaat uit vooruitgang, maar ook uit zoeken, twijfelen en soms vertragen.

Bij Nienke zit dat in het maken van keuzes zonder volledige zekerheid. In het afwijken van een pad dat voor de hand lag. En later in het bouwen van iets waarvan ze wist hoe het moest voelen, maar nog niet precies hoe het daar zou komen. Dat vraagt geduld, maar ook vertrouwen dat het zich ontwikkelt als je de juiste voorwaarden creëert.

Bij Corné zit de uitdaging minder in richting en meer in rol. Op het moment dat hij iemand moet gaan begeleiden, verandert er iets in hoe hij naar zijn werk kijkt. Tot dan toe ligt de focus vooral op zijn eigen ontwikkeling. Dan komt er ineens iemand naast hem te zitten die nog aan het begin staat, terwijl hij zelf ook nog midden in het proces zit.

Hij zegt zelf dat hij niet goed wist wat hij ervan moest vinden. Dat is een klein detail, maar het zegt veel. Het laat zien dat begeleiden niet vanzelfsprekend is. Dat het iets vraagt wat je niet automatisch ontwikkelt door goed te zijn in je vak.

En juist daarom wordt het interessant wat er daarna gebeurt.

Leren wordt zichtbaar als iemand naast je groeit

Het traject met de trainee laat zien hoe ontwikkeling eruit kan zien als de omstandigheden kloppen.

Geen uitgebreide voorbereiding, geen theoretisch kader. Gewoon een project en de afspraak dat je het samen oppakt. Door het werk op te delen in overzichtelijke stukken ontstaat er ruimte om te leren zonder dat het overweldigend wordt. Eerst samen een onderdeel oppakken, daarna loslaten, en ondertussen zelf een stap vooruit blijven.

Wat daarin opvalt, is hoe snel de verhouding verandert. In het begin is er duidelijk verschil. Vragen zijn nog zoekend, handelingen nog onzeker. Maar naarmate het traject vordert, verandert dat. Vragen worden specifieker. Oplossingen worden voorgesteld in plaats van gevraagd.

Tot het moment waarop iemand zelfstandig verder kan.

“Ze ging echt als een raket.”

Wat Corné daarin benoemt, raakt iets essentieels. Dat het hem verraste hoeveel voldoening het gaf. Niet alleen omdat het goed ging, maar omdat je samen ergens energie in steekt en ziet wat dat oplevert. Dat moment waarop iemand het zelf kan, en jij een stap terug kunt doen.

Dat is het punt waarop leren zichtbaar wordt.

Waarom het vaak anders loopt

Tegelijkertijd wordt ook duidelijk waarom dit niet overal vanzelf gebeurt.

Veel organisaties halen mensen binnen op het moment dat de druk al hoog is. Er is werk dat af moet, deadlines die dichterbij komen. In die context wordt iemand toegevoegd die nog moet leren.

Dat vraagt iets wat er op dat moment vaak niet is: tijd en aandacht.

Als die ontbreken, wordt begeleiding iets wat er tussendoor moet. Iets wat als extra voelt. Terwijl het in werkelijkheid een investering is die zich later terugbetaalt.

Corné beschrijft dat heel nuchter. Dat de eerste weken misschien meer tijd kosten, maar dat je daarna juist snelheid wint. Omdat iemand zelfstandig wordt. Omdat je niet alles zelf hoeft te blijven dragen.

Het vraagt alleen wel dat je bereid bent om aan het begin even te vertragen.

Wat ze hun kinderen meegeven, zit niet in een studiekeuze

Wanneer het gesprek verschuift naar hun kinderen, wordt duidelijk wat er overblijft als alle professionele context wegvalt.

Nienke zit midden in die fase. Een zoon die bijna gaat studeren, waarschijnlijk richting techniek. Een keuze die zij zelf ooit niet maakte, maar nu heel logisch voelt voor hem. Een dochter die nog aan het begin staat, die via een Girls Day voor het eerst in aanraking komt met techniek. Niet meteen met grote inzichten, maar met een gevoel. Dat het leuk was. Dat er iets te ontdekken valt.

Corné kijkt verder vooruit. Zijn kinderen zijn nog jong. De wereld waarin zij gaan werken zal anders zijn. Meer geautomatiseerd, sneller, misschien minder afhankelijk van handmatig werk.

En toch komt het advies van allebei op hetzelfde neer.

Niet: kies dit vak.

Maar: kies een omgeving waar je kunt groeien. Waar je je plek vindt. Waar mensen om je heen staan die je verder helpen.

Omdat ze allebei hebben ervaren hoe groot dat verschil is.

Ondernemerschap als houding, niet als rol

Aan het einde van het gesprek komt ondernemerschap ter sprake. Niet als iets groots of afstandelijks, maar als een logische volgende stap in hoe er wordt gekeken naar werk.

Voor Nienke zit dat in nieuwsgierigheid. In blijven kijken naar wat beter kan. In het zien van kansen en het durven oppakken daarvan. Niet wachten tot iets gevraagd wordt, maar zelf initiatief nemen.

Dat zie je terug in hoe er binnen de organisatie dingen ontstaan. Ideeën die groeien, projecten die zich ontwikkelen, zelfs producten die voortkomen uit de manier waarop mensen samenwerken.

Maar ze benoemt ook dat daar nog ruimte zit. Dat die nieuwsgierigheid, dat ondernemende, nog sterker kan. Niet omdat de basis ontbreekt, maar omdat daar de volgende fase ligt.

“Techniek gaat over beter worden. Wat kan beter?”

Wat uiteindelijk blijft hangen

Als het gesprek voorbij is, blijft er geen afgerond verhaal over. Geen conclusie die alles samenvat.

Wat blijft, is een gevoel dat zich moeilijker laat vangen, maar wel herkenbaar is.

Dat ontwikkeling zelden iets is wat je alleen doet. Dat het altijd ontstaat in relatie tot anderen. Tot een omgeving. Tot iemand die even meekijkt, iets voordoet, of juist loslaat op het juiste moment.

En dat het verschil vaak niet zit in grote keuzes, maar in kleine omstandigheden.

Een bureau naast je. Een vraag die je durft te stellen. Iemand die de tijd neemt om te antwoorden.

Daar begint het.

Ook interessant

  • Inhouse Creator, Trainee

  • Projecten

  • Trainee