Interview met Ton Koot
Rotterdam in het hart: Feyenoord, de haven én vinyl
Als je Ton Koot spreekt, voel je meteen waar hij vandaan komt. Ton is een Rotterdammer in hart en nieren: geboren en getogen in de stad en inmiddels woonachtig in Spijkenisse. Die Rotterdamse roots zitten niet alleen in zijn accent of zijn manier van praten, maar ook in de dingen waar hij trots op is.
Zo is Ton een echte Feyenoorder. “Het leven van een Feyenoorder gaat niet over rozen,” zegt hij met een glimlach. Hij kan zich nog moeiteloos een wedstrijd herinneren waarin het flink tegenzat, maar dat hoort er voor hem ook bij. Want juist in dat supportershart zit trouw: altijd weer vooruitkijken naar de volgende wedstrijd, altijd blijven hopen. Feyenoord is voor Ton meer dan voetbal; het is verbondenheid, emotie en een stukje identiteit.
Naast het voetbal is er nóg iets dat bij Ton past: zijn liefde voor Rotterdam als werkstad, havenstad en symbool van bedrijvigheid. Hij geniet van de enorme containerschepen bij de Maasvlakte, van het uitzicht bij het Balkon van Europa, en van het gevoel dat Rotterdam altijd in beweging is. Het past bij zijn blik op het leven: aanpakken, doorgaan, en trots zijn op wat er gebouwd wordt.
En dan is er nog een passie die Ton minstens zo typeert: muziek. Ton verzamelt vinyl en vindt dat belangrijk, juist omdat het analoog is. “Niet digitaal,” benadrukt hij. “Vinyl is een beleving.” Het zegt veel over hem: oog voor kwaliteit, waardering voor het echte werk en plezier in dingen die je met aandacht beleeft.
Een leven lang techniek: 44 jaar ervaring
Als je Ton vraagt naar zijn loopbaan, vertelt hij niet in grote woorden. Het is juist de vanzelfsprekendheid waarmee hij over zijn werk praat die indruk maakt. Ton werkt inmiddels 44 jaar in de technische dienstverlening en heeft de sector in die tijd compleet zien veranderen. Hij zag de techniek professionaliseren, digitaliseren, versnellen en steeds complexer worden. En hij groeide mee.
De basis van zijn carrière ligt niet in een lange opleiding of een vooraf uitgestippeld pad, maar in het werk zelf. Na de LTS ging hij op zijn zestiende of zeventiende meteen aan de slag. Zijn eerste werk was in de bouw, op de stortvloer. Dat was het begin van een loopbaan waarin hij vooral heeft geleerd door te doen en zichzelf stap voor stap heeft ontwikkeld.
Opvallend is dat Ton aanvankelijk helemaal niet van plan was om de techniek in te gaan. Hij droomde van vrijheid en onafhankelijkheid. Het liefst wilde hij internationaal vrachtwagenchauffeur worden. Gewoon onderweg, zijn eigen route, een leven met ruimte en beweging. Maar het leven liep anders. De techniek kwam op zijn pad en bleek uiteindelijk precies het soort wereld te zijn waar Ton in thuishoorde: praktisch, tastbaar en constant in ontwikkeling.
“Afspraak is afspraak en techniek is een vak waarin je nooit bent uitgeleerd.”
Van de bouwplaats naar de tekenkamer
In de jaren die volgden, bleef Ton niet stilstaan. Hij werkte, keek, leerde, stelde vragen en groeide door. Hij begon praktisch in de bouw, maar merkte gaandeweg dat hij ook plezier kreeg in het uitdenken van technische oplossingen en het voorbereiden van werk. Uiteindelijk belandde hij op de tekenkamer, waar hij inmiddels al zo’n 34 jaar actief is geweest in verschillende functies.
Ton vertelt daarover met dezelfde nuchterheid als altijd. Hij is nooit iemand geweest die zichzelf op de borst klopt, maar tussen de regels door hoor je hoeveel ervaring en vakkennis hij heeft opgebouwd. Hij zegt eerlijk dat hij niet altijd een studiebol is geweest, maar hij bleef wel bijleren. Later volgde hij in de avonduren aanvullende trainingen en opleidingen en bleef hij zich verdiepen in nieuwe technieken. Dat typeert hem: als er iets nieuws komt, wil hij begrijpen hoe het werkt en wat het kan opleveren.
Ton en Bluetech Engineering
Na de samenvoeging van BIM Creators met Bluetech Engineering heeft Ton bewust gekozen om te blijven. De vastigheid binnen Bluetech en de continuïteit van de projecten bij Terberg geven hem vertrouwen en rust in zijn werk. Voor Ton is loyaliteit belangrijk: als een organisatie goed voelt en de samenwerking klopt, dan is er geen reden om te veranderen.
Binnen Bluetech ervaart hij ruimte om het werk slimmer en efficiënter te maken, niet opgelegd van bovenaf, maar vanuit jezelf en samen met collega’s. Juist die combinatie van stabiliteit, vertrouwen en gezamenlijke verbetering draagt bij aan zijn werkplezier en maakt Bluetech Engineering voor hem een waardevolle plek om te blijven werken.
Rotterdamse directheid als kracht
Wie Ton spreekt, merkt ook dat hij recht voor zijn raap is. Niet bot, maar wel duidelijk. Ton herkent dat Rotterdammers soms anders worden gezien in de rest van Nederland. “Te direct,” zeggen mensen dan. Ton ziet het juist als een kwaliteit. Rotterdammers draaien niet om de waarheid heen, zegt hij. Het is duidelijk, je weet wat je aan elkaar hebt, en afspraak is afspraak.
Volgens Ton zit daar een stukje betrouwbaarheid in. Niet mooipraten of draaien, maar gewoon doen wat je zegt. In de techniekwereld is dat misschien nog wel belangrijker dan waar dan ook. Als je in een project samenwerkt en afhankelijk bent van elkaar, heb je duidelijkheid nodig. Ton vindt het dan ook niet meer dan logisch dat je elkaar aanspreekt als dingen niet goed gaan. “Je kan niet veranderen,” zegt hij. “Uiteindelijk gaat het altijd om geld en tijd.” Maar juist daarom moet je het vak serieus nemen: fouten voorkomen en het werk beter maken.
BIM en Revit: slimmer bouwen, beter samenwerken
Toen BIM en Revit steeds belangrijker werden, zag Ton dat als een nieuwe uitdaging. Hij vond het interessant wat je eruit kunt halen, vooral omdat het veel meer is dan alleen tekenen. Het gaat om samenwerken, afstemmen en zorgen dat alle partijen dezelfde taal spreken. Ton benadrukt dat het pas echt werkt als iedereen meedoet. Want als één partij niet goed aanlevert, kun je niet clashen, niet controleren en niet vooruit.
Ton spreekt daar ook eerlijk over. Hij noemt het diplomatiek, maar is duidelijk: partijen blijven nog weleens achter, en daar zit volgens hem veel winst. BIM kan namelijk juist helpen om bouwtijden te verkorten en foutmarges te beperken. Je voorkomt dat installaties elkaar letterlijk in de weg zitten. En als je dat goed doet, levert het iets op waar Ton altijd naar zoekt: een project dat niet alleen klopt op papier, maar ook goed uitvoerbaar is in de praktijk. Uiteindelijk zijn het de monteurs en uitvoerders die ermee moeten werken. Dáár moet je het voor doen.
Trots project: Mall of the Netherlands
Als Ton één project moet noemen waar hij echt trots op is, dan is dat Mall of the Netherlands. Het enorme winkelcentrum bij Voorburg-Leidschendam is zo’n project waarvan je pas begrijpt hoe groot het is als je er zelf staat. Tien bouwdelen, overkapt, bioscopen, eetgelegenheden, enorme retailruimtes en een parkeergarage met duizenden plekken. En zelfs dat blijkt nog niet genoeg, zegt Ton: het staat er vaak vol en de wijk eromheen merkt het meteen.
Wat het project voor Ton zo bijzonder maakte, was vooral de samenwerking en de complexiteit van alle installaties die samen moesten komen. Alles hing met alles samen: brandmeldsystemen, sprinklers, data, compartimentering per winkel, technische ruimten waar alle meldingen binnenkomen. Dat ziet het winkelend publiek niet, maar het is het hart van het gebouw. En precies daar zat Ton’s uitdaging: zorgen dat alles klopt, dat alles werkt, en dat het project uitvoerbaar bleef.
Terberg: werken aan projecten met impact
Ton werkt inmiddels drie jaar bij Terberg, onderdeel van een grotere groep installatiebedrijven. Hij beschrijft Terberg als een organisatie die veel disciplines in huis heeft en projecten integraal oppakt. Dat betekent dat je niet alleen aan één detail werkt, maar aan het hele plaatje. Voor Ton is dat juist interessant: het vraagt overzicht, samenwerking en een sterke technische basis.
Op dit moment werkt hij aan De Scharnier, een woontoren in Rotterdam van ongeveer zestien verdiepingen, mogelijk zelfs hoger. Terberg richt zich in dit project vooral op de onderste lagen, waar onder andere een multifunctioneel centrum, opvang, horeca en commerciële ruimtes komen. Ton houdt zich bezig met het coördineren van tekeningen en zorgen dat de uitvoering met de juiste informatie aan de slag kan. Verlichting, data, elektro: het hele pakket moet kloppen.
Netcongestie: improviseren wordt normaal
Een onderwerp waar Ton steeds vaker mee te maken krijgt, is netcongestie. Hij vertelt dat projecten soms wel mogen bouwen, maar dat de beschikbare energiecapaciteit beperkt is. Dan krijg je bijvoorbeeld maar een bepaald amperage toegewezen. Uitbreiden kan niet zomaar. Dat betekent dat projecten moeten improviseren, soms met accustations of andere oplossingen om toch voldoende capaciteit te garanderen.
Ton vindt het een fascinerende ontwikkeling, omdat het laat zien hoe techniek en maatschappij steeds sterker met elkaar verweven raken. Je kunt een gebouw perfect ontwerpen, maar als het netwerk het niet aankan, krijg je alsnog beperkingen. Dat vraagt nieuwe manieren van denken en plannen, en daar ziet Ton de komende jaren een grote uitdaging.
Blijven bewegen: sport en herstel
Ton is iemand die altijd graag heeft gesport. Hij trainde vroeger zelfs voor marathons en vond hardlopen een belangrijk onderdeel van zijn leven. Na een ongeluk kreeg hij een kunstheup. Dat veranderde zijn sportmogelijkheden, maar niet zijn mentaliteit. Hij kan nog steeds lange afstanden lopen en af en toe zelfs een klein stukje hardlopen. Hij is er realistisch in: de slijtage neemt toe, dus hij moet verstandig zijn.
Wat Ton vooral benadrukt, is dat zijn sportieve basis hem heeft geholpen bij zijn herstel. Daardoor ging zijn revalidatie snel. En dat past ook bij zijn karakter: doorzetten, niet klagen, en kijken wat wél kan.
Maak techniek zichtbaar en aantrekkelijk
Als Ton iets wil meegeven aan jongeren, is het dat techniek een prachtig vak is. Er is veel vraag naar en je bent nooit uitgeleerd. Tegelijk vindt hij dat het vak beter zichtbaar moet worden. Meer waardering, betere presentatie, en een eerlijker beeld van hoe belangrijk technisch vakmanschap is.
Ton vindt het jammer dat techniek in de media nauwelijks wordt neergezet als aantrekkelijk of inspirerend. Terwijl het werk juist zoveel impact heeft. Hij ziet ook dat mbo’ers soms worden onderschat, terwijl zij onmisbaar zijn. Als er een storing is of iets functioneert niet, dan komen zij het oplossen. Ton vindt dat de waardering daar veel beter bij moet aansluiten. Meer trots, meer erkenning en ook beter belonen.
Voor Ton is de conclusie helder: ga doen waar je gevoel goed bij is. Waar je gelukkig van wordt. Want als je plezier hebt in wat je doet, dan word je er ook goed in.
Tot slot: passie en vakmanschap
Ton Koot is iemand die techniek serieus neemt, maar ook volop geniet van de dingen die hem energie geven: Feyenoord, Rotterdam, de haven en vinyl. Hij is nuchter, eerlijk en praktisch, maar tegelijk warm en betrokken in zijn werk en zijn passies.
En misschien is dat wel de kern van Ton: een vakman die niet stil blijft staan, een Rotterdammer die trots is op zijn stad, en iemand die in alles gelooft in kwaliteit. Of het nou gaat om techniek, voetbal of de klank van een plaat op de draaitafel.